De Grote Opdracht is een mandaat tot wereldevangelisatie. Het was de bedoeling van Jezus dat het evangelie tot ver buiten Jeruzalem, Judea en Samaria werd gebracht. Het evangelie was 'goed nieuws' voor alle volken, 'tot het uiterste der aarde' (Han 1:8). Er was echter een verschrikkelijke vervolging voor nodig om de evangelisten met hun boodschap te verspreiden. Maar toen dat eenmaal gebeurde, reisden zij zelfs naar Antiochië (Han 8:1, 11:19v). Zo heeft de kerk in de geschiedenis telkens nieuwe aansporingen nodig gehad om voortgang te maken met haar opdracht. William Carey, die wel de vader van de moderne zending wordt genoemd, moest sterke tegenstand overwinnen, eer hij in de gelegenheid was om het evangelie naar India te brengen. We kunnen er niet genoeg de nadruk op leggen, dat alle volken nog lang niet tot discipelen zijn gemaakt, dat de uiteinden der aarde nog lang niet zijn bereikt.
De grote zendeling Paulus daagt met zijn getuigenis iedereen uit die de Grote Opdracht serieus neemt: 'Door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht van de Geest, zo heb ik, van Jeruzalem uit rondreizende tot Illyrië toe, de prediking van het evangelie van Christus volbracht. Ik stelde er mijn eer in het te verkondigen, doch zo, dat ik niet (optrad), waar de naam van Christus reeds genoemd was, om niet op eens anders fundament te bouwen, maar (om te handelen) naar hetgeen geschreven staat: Zij aan wie niets van Hem is verkondigd, zullen Hem zien en wie het niet gehoord hebben, zullen het verstaan' (Rom 15:19vv, zie ook 1 Kor 10:14vv, Jes 52:10).
Uit: Woord en Geest, uitg. Kok Kampen